ECLI:NL:RVS:2020:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan actueel belang bij uitblijven verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te verkrijgen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen actueel en reëel belang had bij het hoger beroep, omdat de beslissingen van de rechtbank geen directe gevolgen voor hem hadden. Ook het principiële belang werd niet erkend als voldoende belang.
Daarnaast was vastgesteld dat de staatssecretaris al de maximale dwangsom had verbeurd, waardoor het hoger beroep de positie van de vreemdeling niet kon verbeteren. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel belang.