ECLI:NL:RVS:2020:2409
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 11 augustus 2020 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 september 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 12 oktober 2020 en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting in afwachting van de inhoudelijke beslissing op het hoger beroep, waarmee de rechtspositie van de vreemdeling wordt gewaarborgd tijdens de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is beslist.