ECLI:NL:RVS:2020:2410
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugkeerbesluit vreemdeling wegens onvoldoende bewijs ernstige bedreiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 12 juli 2017 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 17 november 2017 het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 12 oktober 2020 geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht beroept op het arrest E.P. van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat een verdenking van het plegen van een strafbaar feit in beginsel voldoende kan zijn voor het beëindigen van het verblijf in de vrije termijn. Echter, in deze zaak was de vreemdeling niet veroordeeld en had de rechter-commissaris een vordering tot inbewaringstelling afgewezen wegens gebrek aan ernstige bezwaren.
Daarom oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende objectieve, nauwkeurige en overeenstemmende elementen had om te stellen dat de vreemdeling een bedreiging voor de openbare orde vormde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit vernietigd bevestigd.