ECLI:NL:RVS:2020:2445
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsverplichting lening inburgeringscursus na besluit minister
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaalde bij besluit van 19 april 2018 dat de wederpartij vanaf 1 oktober 2018 een lening van €10.008,71 voor een inburgeringscursus moet terugbetalen in maandelijkse termijnen van €83,41. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond omdat de terugbetalingsverplichting pas met dit besluit rechtsgevolg kreeg, aangezien eerdere besluiten geen exacte schuld en betalingstermijn bevatten.
De minister stelde in hoger beroep dat de schuld al bij eerdere besluiten was ontstaan en dat het besluit van 19 april 2018 geen besluit in de zin van de Awb was. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit standpunt en stelde dat op grond van artikel 4:86 Awb Pro de verplichting tot betaling pas ontstaat bij een beschikking waarin de schuld en betalingstermijn zijn vastgesteld.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee is duidelijk dat de terugbetalingsverplichting pas ontstaat bij het besluit waarin de schuld en de termijn van betaling zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.