ECLI:NL:RVS:2020:2457
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 juli 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 augustus 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij is bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan op 19 oktober 2020 en is openbaar uitgesproken. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen; de griffier heeft dit gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.