ECLI:NL:RVS:2020:2462
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 februari 2020 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 21 september 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet is beslist. Tevens is bepaald dat de vreemdeling recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De staatssecretaris is bovendien veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €525,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Deze uitspraak is gedaan op 20 oktober 2020 door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. N. Tibold. De beslissing betreft een voorlopige maatregel die de positie van de vreemdeling beschermt gedurende de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.