ECLI:NL:RVS:2020:248
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende stelselmatig huiselijk geweld
Bij afzonderlijke besluiten van 16 februari 2018 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvragen van appellante, namens haar vier kinderen, om een uitkering uit het schadefonds afgewezen. De bezwaren tegen deze besluiten werden bij besluiten van 6 juli 2018 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde de daarop ingestelde beroepen eveneens ongegrond bij uitspraak van 21 mei 2019.
Appellante stelde dat haar kinderen recht hadden op een uitkering omdat zij getuigen waren geweest van stelselmatig huiselijk geweld. Volgens de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven kan een uitkering worden toegekend aan kinderen die stelselmatig huiselijk geweld waarnemen, dat wil zeggen frequent en langdurig fysiek geweld of dreiging daarmee in de relationele sfeer.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de CSG zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het huiselijk geweld niet stelselmatig was en niet stelselmatig door de kinderen is waargenomen. Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming met meldingen van huiselijke twisten en geweld was onvoldoende concreet en deels na de besluiten gedaan, waardoor dit geen grond voor vernietiging vormde.
De Afdeling bevestigt daarmee de eerdere afwijzingen en het oordeel van de rechtbank, waarmee de aanvragen om uitkering uit het schadefonds worden afgewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvragen om uitkering uit het schadefonds wegens onvoldoende stelselmatig huiselijk geweld.