ECLI:NL:RVS:2021:148
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds wegens onvoldoende bewijs stelselmatig huiselijk geweld
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag van appellante namens haar zoon om een uitkering uit het schadefonds af, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de zoon getuige was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Appellante stelde dat haar zoon als baby getuige was van stelselmatig huiselijk geweld, waaronder ook frequent geschreeuw en ruzie.
De Raad van State oordeelde dat de invulling van stelselmatig huiselijk geweld door de CSG, namelijk frequent en langdurig fysiek geweld of bedreigingen daarmee, niet onjuist is. De enkele stelling van appellante dat ook verbaal geweld hieronder valt, was onvoldoende onderbouwd. Bovendien was niet vastgesteld dat de zoon daadwerkelijk getuige was van dergelijk geweld.
De Raad nam daarbij mee dat de mishandelingen en stalking plaatsvonden vóór de geboorte van de zoon en dat uit rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en rechtbankbeschikkingen bleek dat de zoon na zijn geboorte geen stelselmatig huiselijk geweld had waargenomen. De aanvraag mocht daarom terecht worden afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de minderjarige getuige was van stelselmatig huiselijk geweld.