ECLI:NL:RVS:2020:2481
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geslachtsnaamswijziging minderjarige ondanks bezwaar vader
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige, geboren in 2005, van de naam van zijn vader naar die van zijn moeder, na hun echtscheiding in 2010. De moeder heeft dit verzoek ingediend en de minister heeft dit op 30 mei 2018 toegewezen. De vader heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit, stellende dat de instemming van het kind onvrijwillig was en dat de belangen van het kind onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank heeft het beroep van de vader ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat het kind vrijwillig instemde met de naamswijziging en dat er geen aanwijzingen waren voor een loyaliteitscrisis of misbruik van recht door de moeder. Ook was er geen aanleiding om de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken om een deskundigenbericht.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de instemming van het kind, dat ouder dan twaalf jaar is, voldoende gemotiveerd en vrijwillig is gegeven. Tevens is geoordeeld dat het Besluit geslachtsnaamswijziging en de toepassing daarvan in lijn zijn met artikel 3 van Pro het IVRK, waarin het belang van het kind centraal staat. Het hoger beroep van de vader wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vader wordt ongegrond verklaard en de geslachtsnaamswijziging van de minderjarige bevestigd.