ECLI:NL:RVS:2020:2491
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep op Wnb-vergunning wegens gebrek aan belanghebbendheid
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende op 13 juli 2018 een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) aan een maatschap voor uitbreiding van de veestapel en bouw van nieuwe stallen nabij een Natura 2000-gebied. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze vergunning niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belanghebbendheid, omdat zijn woning te ver van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Alde Feanen ligt.
Appellant stelde dat de rechtbank het begrip belanghebbende te beperkt had uitgelegd en dat hij als burger wel degelijk belang had bij bescherming van de natuurwaarden, mede omdat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) waarop de vergunning is gebaseerd, onrechtmatig is verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bepalingen van de Wnb primair het algemene belang van natuurbehoud dienen en dat de individuele belangen van appellant, die op circa 19 kilometer afstand woont, niet zodanig verweven zijn met het beschermde belang dat hij als belanghebbende kan worden aangemerkt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het griffierecht. Het verzoek van de maatschap om appellant in haar proceskosten te veroordelen werd afgewezen wegens ontbreken van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.