ECLI:NL:RVS:2020:2496
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor kinderen uit Soedan
De zaak betreft drie kinderen uit Soedan die met hun moeder in een ontheemdenkamp verblijven. Hun broer heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor hen aangevraagd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de kinderen ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere situatie van de kinderen en dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij niet is afgeweken van zijn standpunt dat de kinderen hun identiteit niet met de vereiste documenten hebben aangetoond en geen geldige toestemmingsverklaring van de vader hebben overgelegd. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro, waarbij het gezinsleven van de kinderen met hun moeder en broer in Nederland wordt meegewogen tegen het Nederlandse algemeen belang, is niet kenbaar gemaakt.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de kinderen. De zaak wordt hiermee terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met een juiste belangenafweging en motivering.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.