ECLI:NL:RVS:2020:257
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering loods en smeerput op woonwagenstandplaats in Roosendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal heeft appellant bij besluit van 9 mei 2018 onder bestuursdwang gelast een loods met smeerput te verwijderen van het perceel te Wouw. Appellant voerde aan dat de loods op een ander perceel stond en dat de aanwezige bouwwerken op het bedoelde perceel tijdig waren verwijderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat voor de bouw van de loods en smeerput geen omgevingsvergunning was verleend. De loods bevindt zich deels op het betwiste perceel en deels op een ander perceel, maar dit leidt niet tot het verval van de last. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan, zoals het ontbreken van overlast of gerechtvaardigd vertrouwen van appellant.
Ook het betoog dat handhaving in strijd is met het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat op andere locaties geen strijdig gebruik plaatsvindt en het college toezegt handhavend op te treden bij strijdig gebruik. Verder is het kostenverhaal van bestuursdwang terecht opgelegd aan appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.