ECLI:NL:RVS:2017:1245
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- W. Sorgdrager
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kosten bestuursdwang na asbestverontreiniging door brand in bedrijfsloods
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de toepassing van spoedeisende en reguliere bestuursdwang door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag na een brand in een bedrijfsloods te Wateringen, waarbij asbest is vrijgekomen. Het college legde de kosten van de sanering geheel bij de eigenaren van de loods, [appellant sub 1] en [appellant sub 2], neer.
De Raad van State oordeelt dat de spoedeisende bestuursdwang terecht is toegepast vanwege de acute milieugevaarlijke situatie door de asbestverontreiniging. Wel is het besluit tot bekendmaking van de bestuursdwang te laat genomen, waardoor de eigenaren niet tijdig de sanering konden overnemen. Daarom is het onredelijk om de volledige kosten aan hen door te berekenen. De kosten van de spoedeisende bestuursdwang worden daarom voor 50% op de eigenaren verhaald.
Ten aanzien van de reguliere bestuursdwang is het beroep van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk wegens het niet indienen van bezwaar. Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond. De Raad stelt vast dat het college ten onrechte kosten heeft verhaald die niet onder de last vielen en dat de totale kosten die op de eigenaren worden verhaald moeten worden verminderd tot €207.521,03. Daarnaast veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten.
Uitkomst: De kosten van spoedeisende bestuursdwang worden voor 50% op de eigenaren verhaald en het totale kostenbedrag wordt vastgesteld op €207.521,03; het beroep tegen reguliere bestuursdwang is deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.