ECLI:NL:RVS:2020:2617
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Veenendaal over handhaving bijbehorend bouwwerk wegens strijd met Awb en bestemmingsplan
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de handhaving van een bijbehorend bouwwerk op een perceel in Veenendaal centraal. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de goothoogte van het bouwwerk niet voldeed aan de regels van het Besluit omgevingsrecht, waardoor het college bevoegd was om handhavend op te treden. Na een tussenuitspraak van december 2019 heeft het college een herzien besluit genomen, maar dit besluit hield geen rekening met het in 2018 in werking getreden bestemmingsplan "Woongebieden 2018".
De Afdeling stelde vast dat het college had moeten toetsen aan dit bestemmingsplan bij het herzien besluit, maar dit niet had gedaan, waardoor het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien was het standpunt van het college over het zicht op legalisatie onvoldoende gemotiveerd. De Afdeling vernietigde daarom zowel het oorspronkelijke besluit op bezwaar van april 2018 als het herzien besluit van januari 2020.
Daarnaast werd het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom van €10.000,- verwezen naar het college voor een nieuwe beslissing. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellanten en het griffierecht. De Afdeling bepaalde dat tegen het nieuwe besluit van het college alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.