ECLI:NL:RVS:2020:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking wapenverlof wegens onbetrouwbaarheid na incident met politie
Appellante, die als instructrice bij een schietvereniging actief is, kreeg haar verlof voor het bezit van wapens en munitie ingetrokken na een incident op 24 april 2018 met een inspecteur van politie. De korpschef concludeerde op basis van een proces-verbaal dat zij het bezit van wapens niet langer kon worden toevertrouwd. De minister handhaafde dit besluit, en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van het proces-verbaal en voerde zij aan dat haar psychische gesteldheid geen risico voor misbruik vormde, ondersteund door verklaringen van een huisarts en psychiater. De Raad van State oordeelde echter dat het proces-verbaal betrouwbaar was en dat de minister terecht het verlof introk vanwege het buitenproportionele gedrag van appellante dat de politie-inspecteur belemmerde.
De Raad verwierp ook het argument dat een waarschuwing voldoende zou zijn geweest, omdat de omstandigheden ernstiger waren dan lichte onregelmatigheden. Tevens werd geoordeeld dat er geen strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van het wapenverlof van appellante wegens onbetrouwbaarheid na een incident met een politie-inspecteur.