ECLI:NL:RVS:2020:2631
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.C.P. Venema
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over toezicht en voorlichting bij verkoop UAD-geneesmiddelen in Albert Heijn filialen
Het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) verzocht de minister van VWS handhavend op te treden tegen verkoop van UAD-geneesmiddelen in Albert Heijn-filialen wegens vermeende overtredingen van artikel 62, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet. De minister wees het verzoek deels toe en deels af. De rechtbank verklaarde het beroep van het CBD ongegrond. Het CBD stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister onjuist had geoordeeld over de uitleg van het toezichtsvereiste en de vereiste fysieke aanwezigheid van drogisten in verkooppunten. De minister mocht volstaan met een drogist die verantwoordelijk is en toezicht houdt, zonder fysieke aanwezigheid gedurende alle openingstijden. Wel stelde de Afdeling vast dat de minister artikel 62, tweede lid, onder d, onjuist had toegepast door het toestaan van digitale aanwezigheid via tablets in plaats van fysieke aanwezigheid van drogisten en assistent-drogisten.
De Afdeling vernietigde het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de minister het handhavingsverzoek opnieuw moet beoordelen met inachtneming van de juiste uitleg van artikel 62, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan het CBD.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak vernietigd, en de minister opgedragen het handhavingsverzoek opnieuw te beoordelen met correcte uitleg van artikel 62, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet.