ECLI:NL:RVS:2020:2635
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering inzage gegevens bij AIVD over periode 1974-2011
Appellant verzocht om inzage in alle gegevens over hem uit de periode 1974 tot en met 2011 die bij de AIVD aanwezig zijn. De minister weigerde inzage in actuele gegevens en verstrekte een dossier van 113 pagina’s met niet-actuele gegevens. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het bezwaar deels toegewezen, deels afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom bepaalde documenten niet of gedeeltelijk werden vrijgegeven.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de minister had aanvaard en dat bronbescherming niet absoluut kan zijn, zeker niet als appellant zelf de bron is. De minister verstrekte een aanvullend inzagedossier en een nadere motivering, deels geheim, waarop de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep behandelde.
De Afdeling oordeelde dat de minister de beoordeling mocht herzien op basis van nieuwe inzichten en dat de weigering van inzage gerechtvaardigd was vanwege de bescherming van bronnen, persoonsgegevens van derden en de actuele werkwijze van de AIVD, ter bescherming van de nationale veiligheid. De Afdeling vernietigde het eerdere vonnis voor zover het beroep tegen het besluit van 2 maart 2018 ongegrond was verklaard en verklaarde het beroep gegrond. Het beroep van rechtswege tegen de overige weigeringen werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 2 maart 2018 wordt vernietigd, waarbij de minister inzage in bepaalde gegevens mag weigeren ter bescherming van de nationale veiligheid.