ECLI:NL:RVS:2020:2678
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- D.A. Verburg
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving zonder omgevingsvergunning wijziging kapconstructie
In deze zaak gaat het om een geschil tussen twee bewoners van een gesplitst pand in Drunen over een wijziging aan de kapconstructie die zonder omgevingsvergunning is uitgevoerd. De appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Heusden om handhavend op te treden tegen deze wijziging, omdat hij vreest voor schade aan zijn woning en het ontbreken van een vergunning.
Het college wees het verzoek af, stellende dat uit berekeningen blijkt dat de constructie voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en dat er geen onveilige situatie is. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat handhaving in dit concrete geval onevenredig zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat het college ten onrechte van handhaving heeft afgezien. Het ontbreken van een omgevingsvergunning is een ernstige overtreding, zeker gezien de mogelijke gevolgen voor de constructieve veiligheid. De Afdeling benadrukt dat het algemene belang van handhaving zwaarder moet wegen en dat het ontbreken van een vergunning de appellant belemmert in zijn rechtspositie.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt vernietigd en het college wordt verplicht een nieuw besluit te nemen.