ECLI:NL:RBMNE:2022:4469
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing handhavingsverzoeken kamerbewoning zonder vergunning
Eisers hebben handhavingsverzoeken ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het illegaal omgezet houden van woningen aan twee adressen zonder de vereiste omzettingsvergunning. Verweerder wees deze verzoeken af omdat volgens hem geen sprake was van overtreding van de Huisvestingsverordening 2019, omdat de woningen voorafgaand aan deze verordening al waren omgezet en de vergunningsplicht destijds niet voor alle woningen gold.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat geen overtreding plaatsvond. De omzetting was illegaal en het omgezet houden zonder vergunning vanaf 1 juli 2019 was een overtreding. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. Wel laat de rechtbank de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand, omdat per 14 april 2022 een wetswijziging is ingegaan die uitzonderingen op de vergunningsplicht introduceert, waaronder situaties waarin kamerbewoning onafgebroken is voortgezet.
De rechtbank overweegt dat het legaliteitsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel zich niet verzetten tegen handhaving en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van handhaving af te zien. Omdat de huidige Huisvestingsverordening geen overtreding meer ziet, worden de handhavingsverzoeken afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, besluiten vernietigd maar rechtsgevolgen in stand gelaten vanwege wetswijziging; proceskosten en griffierecht vergoed.