ECLI:NL:RVS:2020:269
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens schijnbeheer en ordeverstoring
De burgemeester van Den Helder trok op 12 juni 2018 de exploitatie- en drank- en horecavergunningen van [vergunninghouder] per direct in, vanwege onjuiste gegevens bij de aanvraag, schijnbeheer door feitelijke leiding van [appellant C], een geweldsincident in het café en het niet naleven van het veiligheidsplan.
Appellanten, waaronder bestuurders en eigenaren van het pand, maakten bezwaar tegen de besluiten, maar werden door de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde de beroepen ongegrond of niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel degelijk belanghebbenden zijn, onder meer vanwege reputatieschade en aantasting van hun goede naam. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten slechts een afgeleid belang hebben via privaatrechtelijke relaties en dat het besluit geen directe rechtsgevolgen voor hen heeft. Ook werd geoordeeld dat het besluit niet gebaseerd is op gedragingen van appellanten maar van [vergunninghouder].
Verder werd het bezwaar over de hoorzitting verworpen, omdat appellanten niet als belanghebbenden werden aangemerkt en er geen integrale heroverweging ontbrak. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergunningen en verklaart het hoger beroep ongegrond.