ECLI:NL:RVS:2020:2721
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet-beslissen op verzoek heropening onderzoek in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 december 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 oktober 2020 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op zijn verzoek om heropening van het onderzoek, ingediend op 3 augustus 2020. Volgens artikel 8:68, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het onderzoek heropenen indien het niet volledig is geweest, een discretionaire bevoegdheid die doorgaans geen uitgebreide motivering vereist. Uit de stukken bleek dat de rechtbank dit verzoek niet heeft behandeld.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit verzoek had moeten beoordelen en dat het niet beslissen daarop een gebrek was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor behandeling met inachtneming van het oordeel van de Afdeling. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het niet beslissen op het verzoek tot heropening van het onderzoek en de zaak wordt terugverwezen.