ECLI:NL:RVS:2020:1210
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-behandeld verzoek heropening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 september 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 oktober 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op zijn verzoek om heropening van het onderzoek, ingediend op 9 oktober 2019. De Raad van State overwoog dat de rechtbank deze bevoegdheid had om het onderzoek te heropenen indien het onderzoek niet volledig was, maar had nagelaten hierop te reageren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.