ECLI:NL:RVS:2020:2733
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over terugbetaling lening inburgeringscursus wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan appellant meegedeeld dat hij vanaf 1 december 2018 moet beginnen met het terugbetalen van een lening van € 9.374,15 voor een inburgeringscursus, met maandelijkse aflossingen van € 78,12. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister stelde dat het besluit tot terugbetaling al in 2017 was genomen.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat de brief wel rechtsgevolg had en dat hij vanwege ziekte niet tijdig bezwaar kon maken tegen het eerdere besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief wel degelijk een besluit is dat rechtsgevolg heeft, omdat daarin voor het eerst de hoogte van de schuld en de terugbetalingstermijn werd vastgesteld.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 april 2019, verklaarde het beroep gegrond en gelastte de minister een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister worden vernietigd, en de minister moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.