ECLI:NL:RVS:2020:2773
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.C.P. Venema
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus wegens onvoldoende motivering en belangenafweging bij vaststelling bestemmingsplan Gemert-Bakel
Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel stelde op 28 januari 2019 hogere waarden vast voor het bestemmingsplan 'Partiële herziening Gemert-Bakel Stedelijke gebieden, oktober 2018', gevolgd door vaststelling van het bestemmingsplan door de raad op 31 januari 2019. Appellant, wonend naast de bouwlocatie, maakte bezwaar tegen het plan uit vrees voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde diverse beroepsgronden, waaronder de rechtmatigheid van het besluit hogere waarden, stedenbouwkundige aspecten, archeologie, externe veiligheid, groenvoorziening, cultuurhistorie, uitvoerbaarheid, daglichttoetreding en de aanwezigheid van een propaantank. De meeste bezwaren faalden, mede omdat de wet- en regelgeving en beleidskaders correct waren toegepast en de belangen van appellant niet rechtstreeks werden geraakt.
Echter, de Afdeling constateerde dat de raad onvoldoende rekening had gehouden met de bestaande situatie van de propaantank op het perceel van appellant en daardoor de belangenafweging en motivering onvoldoende waren. Dit leidde tot een bestuurlijke lus waarbij de raad wordt opgedragen binnen 16 weken het besluit te herstellen met een betere motivering en belangenafweging omtrent de propaantank en de situering van de woning.
De Afdeling oordeelt dat voor de overige punten geen aanleiding bestaat tot vernietiging en dat de raad niet verplicht is een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Over proceskosten en griffierecht wordt in de einduitspraak beslist.
Uitkomst: De Raad van State draagt de raad op binnen 16 weken het besluit te herstellen vanwege onvoldoende motivering en belangenafweging omtrent de propaantank.