ECLI:NL:RVS:2020:2793
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 oktober 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 25 november 2020 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het belang van de vreemdeling in afwachting van het hoger beroep wordt beschermd. De uitspraak bevestigt het recht op een zorgvuldige procedure en bescherming tegen onvoorziene uitzetting.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.