ECLI:NL:RVS:2020:2829
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering staatssecretaris
Bij besluit van 8 augustus 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft op 21 augustus 2020 dit besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en de bewaring opgeheven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De staatssecretaris voerde aan dat hij niet verplicht was om bij de beoordeling van de bewaring de onderbouwing van de asielaanvraag te betrekken, zoals de rechtbank had geoordeeld. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht klaagde over deze interpretatie van artikel 5.1c, derde lid, van het Vb 2000, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris in zijn besluit onvoldoende heeft gemotiveerd dat de asielaanvraag louter was ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verijdelen. Het enkel noemen van omstandigheden volstaat niet; er moeten feitelijke en juridische gronden worden vermeld. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering van de staatssecretaris; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.