ECLI:NL:RVS:2020:2832
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Bij besluiten van 13 augustus 2020 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdelingen stelden beroep in tegen deze besluiten en tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van vreemdeling 1. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de besluiten ongegrond.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die bij vreemdeling 1 waren ontstaan door het niet tijdig nemen van een besluit. Dit volgt uit artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en eerdere jurisprudentie.
De Raad van State vernietigde daarom dit deel van de uitspraak van de rechtbank en bevestigde het overige. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 787,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak dat de staatssecretaris niet veroordeelde tot proceskostenvergoeding en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 787,50.