ECLI:NL:RVS:2020:2932
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging watervergunning waterkrachtcentrale Maurik wegens strijd met vaststellingsnorm vissterfte
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende op 22 februari 2018 een tijdelijke watervergunning aan Vattenfall voor het onttrekken en terugbrengen van water in de Nederrijn via de waterkrachtcentrale Maurik. Vattenfall betwistte de vergunningplicht, de toepassing van de 10%-norm voor vissterfte en de tijdelijke aard van de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van Vattenfall gegrond en vernietigde een aantal voorschriften.
De minister stelde hoger beroep in tegen de vernietiging, evenals Vattenfall. De Raad van State oordeelde dat de waterkrachtcentrale wel vergunningplichtig is omdat water wordt onttrokken en teruggebracht, en dat eerdere vergunningen niet gelijkgesteld kunnen worden op grond van overgangsrecht. Cruciaal was de beoordeling van de 10%-norm voor vissterfte, die volgens de Raad van State niet rechtsgeldig is vastgesteld conform artikel 2.10 van de Waterwet en de Wet milieubeheer.
De 10%-norm is niet bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en is niet opgenomen in het nationale waterplan of beheersplannen, waardoor toetsing aan deze norm onjuist was. Daarom vernietigde de Afdeling het besluit van de minister in zijn geheel en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen, waartegen slechts beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens strijd met artikel 2.10 van de Waterwet; de minister moet een nieuw besluit nemen.