ECLI:NL:RVS:2020:2950
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitwerkingsplan Mortiere Fase 9D wegens onvoldoende onderbouwing wateroverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg stelde op 3 december 2019 het uitwerkingsplan Mortiere Fase 9D vast, dat de bouw van 70 woningen mogelijk maakt. Verzoeker, wonend aan de zuidoostzijde van het plangebied, betoogde dat artikel 5.2.1 onder i van de planregels onvoldoende waarborg biedt tegen wateroverlast op zijn perceel. Hij stelde dat de ophoging van de gronden binnen het plangebied zijn perceel tot het laagste punt maakt en dat de omliggende watergangen onvoldoende capaciteit hebben om het water af te voeren.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bestemmingsplan Mortiere en het uitwerkingsplan samen voorzien in maatregelen om negatieve hydrologische gevolgen te voorkomen. Artikel 5.2.1 onder i vereist dat bouwplannen geen negatieve hydrologische effecten op omliggende gronden mogen hebben. De beoordeling van een omgevingsvergunning vindt integraal plaats, waarbij ook rekening wordt gehouden met andere bouwwerken en werkzaamheden in het plangebied.
Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat noodzakelijke maatregelen tegen wateroverlast niet getroffen kunnen worden of dat het bestemmingsplan dit zou verhinderen. De voorzieningenrechter achtte het verzoek om voorlopige voorziening daarom ongegrond en verwierp het verzoek. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitwerkingsplan Mortiere Fase 9D wordt afgewezen.