ECLI:NL:RVS:2024:44
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunningen Mortiere woningbouw vanwege onvoldoende onderbouwing hydrologische bescherming perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg verleende omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten Mortiere fases 9B, 9D en 9E. Appellant, wonend nabij deze projecten, vreesde wateroverlast op zijn perceel en stelde dat de vergunningen niet voldeden aan de voorwaardelijke verplichting in de uitwerkingsplannen die negatieve hydrologische gevolgen moet voorkomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, stellende dat de door Arcadis voorgestelde maatregelen toereikend waren. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de zaken samenvoegde en uitgebreid onderzocht, onder meer met inzet van de STAB als deskundige.
De Afdeling oordeelde dat de hydrologische beoordeling niet integraal mocht zijn met toekomstige vergunningen, maar dat cumulatieve effecten van reeds verleende vergunningen wel meegewogen moesten worden. Uit het deskundigenonderzoek bleek dat de bouwplannen hebben geleid tot een significante verhoging van de grondwaterstand op het perceel van appellant. De door Arcadis voorgestelde maatregelen waren onvoldoende onderbouwd en boden onvoldoende bescherming tegen negatieve hydrologische gevolgen, mede door ontbrekende meetgegevens en onzekerheden over het grondwatersysteem.
Daarnaast was het risico op overlopen van de hemelwaterriolering met een herhalingstijd van 5 à 10 jaar niet acceptabel en ontbrak een borging van onderhoud en beheer van de maatregelen in de vergunningen. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraken van de rechtbank en de besluiten van het college, en beval het college tot het nemen van nieuwe besluiten met aanvullende maatregelen binnen 12 weken. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunningen worden vernietigd en het college moet binnen 12 weken nieuwe besluiten nemen met aanvullende maatregelen ter voorkoming van negatieve hydrologische gevolgen.