ECLI:NL:RVS:2020:2961
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging omgevingsvergunning wijnbar Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor verruiming van openingstijden van een wijnbar op het perceel Denneweg 11 te verlenen. Na bezwaar werd vastgesteld dat een vergunning niet nodig was omdat een horeca-inrichting in de categorie 'middelzwaar' ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan aanwezig was.
De rechtbank vernietigde dit besluit, waardoor de weigering om een vergunning te verlenen weer van kracht werd. Meursault Perrieres, de rechtsopvolger van de oorspronkelijke aanvrager, stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de horeca-activiteiten te kunnen voortzetten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Meursault Perrieres weliswaar een spoedeisend belang had, maar dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt was voor een integrale beoordeling van alle hogerberoepsgronden. De rechter ging in op de ontvankelijkheid van het bezwaar en de uitleg van de planregels, waarbij werd geoordeeld dat het specifieke gebruiksovergangsrecht niet correct was toegepast door de rechtbank. Desondanks zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit van de rechtbank blijft van kracht.