ECLI:NL:RBMNE:2021:3262
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verbod verkoop lachgas en last onder dwangsom
Verzoekster exploiteert een feestcafé waar zij sinds 2017 lachgas verkoopt. Verweerder, de burgemeester van Veenendaal, heeft een voorschrift toegevoegd aan de exploitatievergunning van verzoekster dat de verkoop van lachgas verbiedt. Tevens is een last onder dwangsom opgelegd voor overtreding van dit voorschrift.
Verzoekster heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen deze besluiten en verzocht om voorlopige voorzieningen om het verbod en de last onder dwangsom te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het verbod en de dwangsom leiden tot een onomkeerbare situatie zoals faillissement of acute financiële nood.
De financiële onderbouwing van verzoekster, onder meer via een administratiekantoor, is onvoldoende om te concluderen dat de continuïteit van het café op korte termijn in gevaar is. Bovendien is het café vanwege COVID-19 maatregelen gesloten, waardoor er momenteel geen sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter acht de bestreden besluiten niet evident onrechtmatig en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen het verbod op lachgasverkoop en last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.