ECLI:NL:RVS:2020:2969
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg 380 kV-hoogspanningsverbinding
Bij besluit van 22 september 2020 legde de minister op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht een gedoogplicht op aan verzoekers voor de aanleg en instandhouding van een bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Eemshaven Oudeschip en Vierverlaten. Verzoekers betwistten deze gedoogplicht en vroegen om een voorlopige voorziening.
Verzoeker sub 1 stelde dat de situering van twee masten op zijn perceel onredelijk was vanwege verhoogd risico op schade en bedrijfseconomische nadelen, en dat verplaatsing mogelijk was. De minister en TenneT verwezen naar een onherroepelijke omgevingsvergunning en het rijksinpassingsplan die de mastposities vastleggen, en technische bezwaren tegen verplaatsing. De voorzieningenrechter vond dat de minister zich redelijk kon opstellen dat een minder belemmerende uitvoering niet mogelijk was.
Verzoeker sub 1 voerde ook aan dat zijn eigendomsrecht volgens het EVRM werd geschonden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister geen disproportionele aantasting had veroorzaakt omdat er geen minder belemmerende uitvoering mogelijk was.
Verzoeker sub 2 en anderen voerden aan dat het overleg met TenneT over schadevergoeding onvoldoende was en dat de minister de gedoogplicht niet had mogen opleggen. De voorzieningenrechter stelde dat de minister niet de hoogte van de schadevergoeding hoeft te toetsen, maar wel moet nagaan of het overleg serieus en redelijk was. Dit was hier het geval. Ook de aansprakelijkheid voor toekomstige schade werd als onderdeel van de schadeloosstelling door TenneT beoordeeld.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om te verwachten dat het besluit in de bodemprocedure zou worden vernietigd en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding wordt afgewezen.