ECLI:NL:RVS:2020:2975
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na vernietiging motiveringsgebrek verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 mei 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen. De rechtbank wees echter de proceskostenvergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende, omdat het besluit van de staatssecretaris ondeugdelijk was gemotiveerd. De Raad vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.575.
Voor het overige bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten die de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep heeft gemaakt.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis voor het niet toekennen van proceskostenvergoeding en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €1.575 aan proceskosten.