ECLI:NL:RVS:2020:2977
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af omdat hij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig paspoort kon overleggen, waardoor zijn identiteit en nationaliteit niet met zekerheid konden worden vastgesteld.
Appellant voerde aan dat hij in bewijsnood verkeerde en stukken had overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in de Turkse persoonsregisters werd gevonden. Hij stelde dat het Turkse consulaat weigerde een schriftelijke verklaring af te geven en dat hij niet in staat was een advocaat te machtigen om documenten te verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen.
De Raad van State onderschreef deze beoordeling en verwierp het beroep van appellant. Ook het bezwaar dat de staatssecretaris ten onrechte van het horen van appellant had afgezien, werd verworpen omdat er geen redelijk vermoeden bestond dat het horen tot een ander besluit zou leiden.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd.