ECLI:NL:RVS:2020:2997
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- D.A. Verburg
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving bouwwerkzaamheden aan aanbouw in Langweer
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren weigerde handhavend op te treden tegen bouwwerkzaamheden aan een aanbouw op het perceel van [partij] in Langweer. [appellant], eigenaar van een aangrenzend perceel, verzocht het college om handhaving wegens vermeende afwijkingen van de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde vervolgens bij een nieuw besluit dat de werkzaamheden aan het dak conform de vergunning waren uitgevoerd en dat de werkzaamheden aan de goten omgevingsvergunningvrij waren. Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat het college onterecht de notitie van de toezichthouder als grondslag gebruikte en dat de werkzaamheden vergunningplichtig zijn vanwege het monumentale karakter van de aanbouw.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het handhavingsverzoek beperkt was tot drie specifieke wijzigingen (verschuiving dakvlak, tussengoot en steeggoot) en dat het college terecht stelde dat de werkzaamheden aan het dak conform vergunning waren uitgevoerd. Verder werd geoordeeld dat de werkzaamheden aan de goten vergunningvrij zijn op grond van artikel 3, onderdeel 8, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, mede omdat het bijgebouw geen rijksmonument meer is en het perceel in een beschermd dorpsgezicht ligt. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van handhaving wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.