ECLI:NL:RVS:2020:3039
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 juli 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 24 november 2020 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om uitzetting te schorsen en opvang en verstrekkingen te verlenen, gegrond is en verwees naar eerdere jurisprudentie. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, tot een bedrag van €525. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels en griffier J.W. Prins op 21 december 2020.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.