ECLI:NL:RVS:2020:3054
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling negatieve belangstelling Iraanse autoriteiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 februari 2020 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep klaagden de vreemdelingen terecht dat de rechtbank niet had meegewogen dat zij een aangetekende brief aan de Iraanse ambassade hadden overgelegd ter onderbouwing van hun stelling dat zij negatieve aandacht van Iraanse autoriteiten ondervinden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte deze brief niet had betrokken bij haar beoordeling, terwijl artikel 83, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 dit vereist. Hierdoor was de uitspraak van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd en onjuist.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van haar oordeel. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen ter hoogte van €525,00.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.