ECLI:NL:RVS:2020:3091
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- P.H.A. Knol
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen instemming minister met winningsplan gaswinning Blija
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op 5 juni 2019 ingestemd met het winningsplan Blija van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, gericht op gaswinning uit drie gasvelden nabij de Waddenzee. De Waddenvereniging stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de minister de gevolgen van bodemdaling en klimaatverandering onvoldoende had meegewogen en dat hydraulische stimulatie onaanvaardbare risico's met zich meebrengt.
De Raad van State oordeelt dat de minister zijn beoordeling op grond van artikel 36 van Pro de Mijnbouwwet deugdelijk en met voldoende motivering heeft uitgevoerd. De mogelijke bodemdaling in het kombergingsgebied Borndiep is zeer gering en blijft ruim onder kritische grenzen, waardoor geen nadelige gevolgen voor de Waddenzee worden verwacht. Het voorzorgsbeginsel en het 'hand aan de kraan'-principe zijn niet van toepassing op dit besluit.
Verder acht de Raad het beleid van de minister ten aanzien van gaswinning in kleine velden verantwoord, ook in het licht van klimaatverandering. Ten aanzien van hydraulische stimulatie is vastgesteld dat deze methode al decennialang zonder nadelige gevolgen wordt toegepast en dat de risico's voor natuur en milieu beperkt zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het instemmingsbesluit van de minister voor het winningsplan Blija wordt ongegrond verklaard.