ECLI:NL:RVS:2020:3128
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 30 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 december 2020 ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het verkrijgen van opvang en verstrekkingen gegrond was, mede gelet op eerdere jurisprudentie.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten, omdat reeds eerder een ordemaatregel was getroffen waarbij proceskosten werden toegekend.
De uitspraak werd gedaan op 29 december 2020 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster in aanwezigheid van griffier M.W. Schippers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.