ECLI:NL:RVS:2020:3130
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens ernstige misdrijven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 oktober 2017 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling ingetrokken vanwege onherroepelijke veroordelingen voor ernstige misdrijven, waaronder woninginbraken. De vreemdeling, die sinds 2010 rechtmatig in Nederland verblijft, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 2 oktober 2018 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris en de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de ernst van de gepleegde misdrijven, waaronder meerdere woninginbraken gepleegd in vereniging, voldoende was om het verblijf van de vreemdeling uit te sluiten. De vreemdeling had onvoldoende bewijs geleverd om de kwalificatie van de misdrijven te weerleggen.
De Raad stelde dat de staatssecretaris terecht de glijdende schaal uit artikel 3.86 Vb 2000 toepaste en dat de individuele belangenafweging juist was gemaakt. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Raad vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.