ECLI:NL:RVS:2020:357
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na planologische wijziging
Appellante diende in 2007 een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van haar percelen door een bestemmingsplan dat bouwmogelijkheden voor kassen beperkte. Het college wees de aanvraag in 2018 af, gesteund op een advies van de SAOZ dat stelde dat appellante de planologische beperkingen actief en passief had aanvaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de SAOZ niet onafhankelijk was en dat het college schade in natura had moeten vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de SAOZ als onafhankelijke deskundige geldt en dat appellante geen concrete feiten had aangevoerd die dit betoog ondersteunden.
Verder werd het betoog afgewezen dat het college vier woonkavels had moeten toekennen als schadeloosstelling. Ook een nieuwe beroepsgrond die appellante pas ter zitting aanvoerde, werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.