ECLI:NL:RVS:2020:442
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen watervergunning voor mestverwerkingsinstallatie en beoordeling IPPC-status en milieueffecten
Het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel verleende op 10 mei 2016 een watervergunning aan appellante voor lozing van stoffen afkomstig van een mestverwerkingsinstallatie. De Brabantse Milieufederatie stelde beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank vernietigde het besluit omdat de aanvraag niet gelijktijdig was ingediend met een aanvraag tot wijziging van de revisievergunning, aangezien de installatie als IPPC-installatie werd aangemerkt.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar installatie geen IPPC-installatie is omdat de mestbewerking een combinatie is van nuttige toepassing en verwijdering, zonder fysisch-chemische behandeling als bedoeld in de richtlijn industriële emissies. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de installatie inderdaad geen IPPC-installatie is, omdat de mestbewerking hoofdzakelijk gericht is op nuttige toepassing, zoals het winnen van nutriënten die als kunstmestvervanger worden onderzocht.
De Afdeling beoordeelde tevens de motivering van het waterschapsbesluit en stelde vast dat de watervergunning voldoende is gemotiveerd, dat de stikstofconcentraties voldoen aan de normen en dat de toetsing aan niet-genormeerde stoffen adequaat is. Het besluit van 2 oktober 2018 om de aanvraag buiten behandeling te laten, werd vernietigd omdat de grondslag daarvoor verviel na vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 2 oktober 2018, verklaarde het beroep van de Brabantse Milieufederatie ongegrond en veroordeelde het waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank en het besluit van 2 oktober 2018 worden vernietigd, en het beroep van de Brabantse Milieufederatie wordt ongegrond verklaard.