ECLI:NL:RVS:2020:524
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar wijziging saneringsplan grondwaterverontreiniging
Het geschil betreft een wijziging van het saneringsplan voor een perceel in Zevenaar waarop grondwaterverontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen is vastgesteld. Verzoekster diende een wijzigingsverzoek in bij het college van gedeputeerde staten van Gelderland, dat op 2 oktober 2017 instemde met de wijziging. Appellanten, eigenaren van het perceel, maakten bezwaar tegen deze instemming omdat zij schade vrezen door een grotere restverontreiniging.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, stellende dat de brief van 2 oktober 2017 geen besluit was maar slechts een reactie op een melding, waartegen geen rechtsmiddelen openstaan. De Afdeling oordeelt dat het verzoek om wijziging van het saneringsplan en de instemming van het college daarmee niet kunnen worden aangemerkt als een melding, maar als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, waartegen belanghebbenden rechtsmiddelen kunnen aanwenden.
Daarom is het college ten onrechte uitgegaan van niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Het besluit van 24 april 2018 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van rechtsbescherming bij instemming met wijzigingen van saneringsplannen.
Uitkomst: Het besluit van 24 april 2018 wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen; het bezwaar is ontvankelijk.