ECLI:NL:RVS:2020:53
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 28 januari 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing eveneens ongegrond op 11 juli 2019.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris de afwijzing onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de gezinsband en de toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn. De Afdeling vernietigde het besluit van 28 januari 2019 en het vonnis van de rechtbank.
De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij hij inhoudelijk moet ingaan op de verklaringen en documenten van de vreemdeling en de afwijzing moet toetsen aan de relevante artikelen van de richtlijn. Tevens moet de staatssecretaris de proceskosten en het griffierecht vergoeden aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.