ECLI:NL:RVS:2020:537
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep
De vreemdeling is op 17 september 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld na een derde asielaanvraag die niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beroepsgrond over het afwachten van de rechtsmiddelentermijn had betrokken, omdat bij een derde aanvraag de uitzondering geldt dat de vreemdeling de behandeling niet mag afwachten.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, maar verklaarde het beroep zelf ongegrond. De staatssecretaris had terecht aangenomen dat er een risico bestond dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
De vreemdeling voerde aan dat uitzetting naar Tanzania niet mogelijk was vanwege zijn Somalische nationaliteit, maar de Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris mocht onderzoeken of uitzetting naar Tanzania mogelijk was, mede omdat de vreemdeling een Tanzaniaans paspoort gebruikte.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.