ECLI:NL:RVS:2020:644
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens culturele aspecten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 oktober 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 december 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de in de eerste grief aan de orde gestelde rechtsvraag over culturele aspecten gegrond was, zoals bevestigd in een eerdere uitspraak van 6 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:341). Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd het besluit van de staatssecretaris vernietigd, omdat deze opnieuw moet beslissen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, waaronder de kosten van een rapport van Buro Kleurkracht, vastgesteld op € 975,60, en een bedrag van € 1.575,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand, totaal € 2.550,60 exclusief omzetbelasting. De uitspraak werd op 4 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.