ECLI:NL:RVS:2020:659
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand
De zaak betreft een geschil over de vergoeding van extra uren rechtsbijstand die appellante heeft aangevraagd voor advieswerkzaamheden en een kortgedingprocedure in een arbeidsrechtelijke kwestie met haar werkgever. De raad voor rechtsbijstand had eerder meerdere malen extra uren toegekend, maar wees bij besluit van 22 maart 2018 de aanvraag voor 37 extra uren af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen omdat de raad eerder extra uren had toegekend en haar had geïnformeerd dat zij aanvullende aanvragen kon indienen. De Afdeling oordeelde dat de raad terecht had vastgesteld dat de werkzaamheden waarvoor vergoeding werd gevraagd niet onder de oorspronkelijke toevoeging vielen en dat het vertrouwensbeginsel niet meebrengt dat een gemaakte fout herhaald moet worden.
Wel oordeelde de Afdeling dat appellante redelijkerwijs kon afleiden dat de extra uren voor het bezwaar onder de toevoeging vielen, en dat de raad dit ook erkende. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad vernietigd, en werd de raad opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit direct beroep bij de Afdeling mogelijk is. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd en de raad moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.