ECLI:NL:RVS:2020:671
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef over handhaving maximumsnelheid nabij woning appellant
Appellant verzocht de korpschef om handhaving van de maximumsnelheid van 30 km/u ter hoogte van zijn woning vanwege geluidoverlast door voertuigen die de verkeersdrempel passeren. De korpschef wees dit verzoek af met het argument dat handhavingscapaciteit beperkt is en prioriteit wordt gegeven aan verkeersveiligheid, waarbij geen concrete overtredingen waren vastgesteld.
Appellant stelde meerdere ingebrekestellingen en beroepen in tegen het uitblijven van een besluit en tegen het afwijzingsbesluit. De rechtbank oordeelde dat de brief van 12 december 2017 een besluit was, maar verklaarde het beroep tegen het afwijzingsbesluit deels gegrond en vernietigde dat besluit. De rechtbank legde ook een dwangsom op en veroordeelde de korpschef tot proceskosten.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief van 12 december 2017 geen besluit was omdat deze niet door de korpschef was ondertekend en niet eenduidig was. De Afdeling oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Awb is omdat het verzoek feitelijke handelingen betrof en geen concreet besluit tot sanctie. De Afdeling vernietigde het besluit van 9 oktober 2018 en verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten het griffierecht aan appellant te vergoeden, nu het beroep deels gegrond was verklaard. De korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en regelt de kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de korpschef wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het bezwaar tegen de brief wordt niet-ontvankelijk verklaard; korpschef moet griffierecht en proceskosten vergoeden.