ECLI:NL:RVS:2020:690
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing intrekking exploitatievergunning horecabedrijf wegens levensgedrag
De burgemeester van Amsterdam trok de exploitatievergunning van een horecabedrijf in vanwege het slechte levensgedrag van de exploitant, waaronder diverse strafbare feiten en overtredingen zoals rijden onder invloed, valsheid in geschrifte en het niet naleven van vergunningsvoorwaarden. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, stellende dat het begrip 'levensgedrag' onvoldoende duidelijk was en in strijd met de Dienstenrichtlijn.
De burgemeester stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de door de rechtbank getroffen schorsing van het intrekkingsbesluit op te heffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het begrip 'levensgedrag' in de APV voldoende duidelijk, objectief en transparant is en dat de burgemeester terecht de vergunning introk en de verlenging weigerde.
De voorzieningenrechter schorst daarom de voorlopige voorziening van de rechtbank en bepaalt dat de burgemeester geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De voorlopige voorziening van de rechtbank wordt geschorst en de burgemeester hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen.